Deze oefentoets bevat 5 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
1. zoogdier Q en zoogdier R zijn even groot, 2. zoogdier R heeft knobbelkiezen, 3. zoogdier Q heeft een darmkanaal dat drie keer zo lang is als het darmkanaal van zoogdier R.
Gebruikt Q voornamelijk plantaardig voedsel of dierlijk voedsel? Heeft Q waarschijnlijk plooikiezen of waarschijnlijk knipkiezen?
afbeelding
Spijsvertering
Voedselgebruik zoogdier.
Iemand vindt in een bos een hem onbekend dood zoogdier. Het dier heeft plooikiezen. Bovendien blijken de darmen van het dier erg lang te zijn in verhouding tot de lichaamslengte.
Welk voedsel zal het dier waarschijnlijk gegeten hebben?
Spijsvertering
Een hermelijn.
Een hermelijn heeft een relatief kort darmkanaal en scherpe, puntige kiezen.
Is het korte darmkanaal een aanwijzing dat hermelijnen van nature vleeseters zijn? En zijn de scherpe, puntige kiezen ook zo'n aanwijzing?
Spijsvertering
Kenmerken van planteneter.
In onderstaand schema staan van vier dieren (I t/m IV) de soort kiezen en de lengte van het darmkanaal in verhouding tot de lichaamslengte.
afbeelding
Welk van deze dieren is een planteneter?
Spijsvertering
Gebit en lengte darmkanaal van zoogdieren.
Bij onderzoek van twee zoogdieren blijkt dat
dier 1 beschikt over een zeer lang darmkanaal, dier 2 heeft matig ontwikkelde snijtanden maar forse hoektanden.