Oefentoets Biologie: Voortplanting | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 14

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

6/6 Gevaar op de werkvloer.

Welke twee praktisch probleem doen zich voor bij de bestudering van de invloed van pesticiden op de vruchtbaarheid van mannen?

Voortplanting

1/2 Anticonceptie.

De morning-afterpil wordt weleens beschreven als een 'hondse' pil.

Hoe werkt de morning-afterpil?

Voortplanting

2/2 Anticonceptie.

Als het woord 'honds' niet letterlijk wordt opgevat maar figuurlijk, wat is er dan zo 'honds' aan die pil?

Voortplanting

1/3 Drilpiraterij.
Zie figuur C 423 van de bijlage.

Biologen bestudeerden de voortplanting bij een populatie bruine kikkers (Rana temporaria) in de Pyreneeën en ontdekten daar het verschijnsel 'drilpiraterij'.
Bruine kikkers gaan in voorjaarsnachten, in maart en april, op zoek naar een geschikte poel voor de voortplanting. Daar neemt het mannetje de paarhouding (amplex) aan op de rug van een kikkervrouwtje dat haar eitjes af gaat zetten. Dit is weergegeven in de afbeelding, tekening 1.
Kikkerdril dat voor een deel bevrucht is door een mannetje tijdens deze amplex wordt meer dan eens achteraf gekaapt door een tweede mannetje, dat de nog niet bevruchte eieren alsnog bevrucht (afbeelding, tekening 2).
De oorzaak van deze drilpiraterij is waarschijnlijk een overschot aan mannetjes in de poel. In één geval waren de onderzoekers er getuige van dat een piratenmannetje het legsel onder een paartje wegtrok om het vervolgens zelf te bevruchten. De drilpiraten boeken wisselend succes, maar gemiddeld weten zij met hun tactiek bijna 25 procent van de eitjes te bevruchten.
Piratenmannetjes gaan op zoek naar versgelegde eiklompen, tot ongeveer twee uur na het afzetten. Ze klampen zich tijdens de bevruchting vast aan de eieren zoals een mannetje zich normaal aan een vrouwtje vastklampt tijdens de bevruchting. Dit gebeurt zonder de eitjes te beschadigen.

Leg uit of het gedrag van de drilpiraat wel of niet nadelig is voor het doorgeven van de genen van het mannetje dat eerder in amplex is gegaan met het vrouwtje om haar eitjes te bevruchten.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 Drilpiraterij.

Leg uit dat drilpiraterij het aanpassingsvermogen van een geïsoleerde populatie van de bruine kikker kan vergroten.

Voortplanting

3/3 Drilpiraterij.

De onderzoekers hebben de verwantschap tussen de bruine kikkers en de nakomelingen in een bepaalde poel onderzocht. Ze kwamen tot de conclusie dat in de paartijd drilpiraterij had plaatsgevonden.

Welke twee deelonderzoeken hebben de onderzoekers uitgevoerd om deze conclusie te kunnen trekken?
- Welk resultaat heeft tot de hierboven beschreven conclusie geleid?

Voortplanting

1/2 Chemotaxis bij spermacellen.

Als zwanger worden niet ‘vanzelf' gaat, kan de huisarts of gynaecoloog een oriënterend vruchtbaarheidsonderzoek verrichten. De oorzaak van de onvruchtbaarheid kan bij de vrouw of bij de man liggen, maar soms is het een combinatie van de twee.
Bij een onderzoek naar de oorzaak van onvruchtbaarheid, werd onder andere de samenstelling en de werking van de follicular fluid (FF) bepaald. FF is een vloeistof die in het ovarium door de rijpende follikel wordt gevormd en die vrijkomt bij de ovulatie. Onder andere werd gekeken naar het opwekken van chemotaxis bij spermacellen door stoffen in de FF. Chemotaxis is een beweging waarvan de richting wordt bepaald door een gradiënt in de concentratie van een chemische verbinding in de omgeving.
Uit de resultaten van het onderzoek werd de conclusie getrokken dat in de FF zich een stof bevindt die chemotaxis bij spermacellen opwekt.

- Hoe vindt een dergelijk onderzoek in vitro (buiten het lichaam) plaats? Noem in je beschrijving de twee belangrijkste voorwaarden waaraan de proefopstelling moet voldoen.
- Welk onderzoeksresultaat moet worden waargenomen wil de onderzoeker bovenstaande conclusie kunnen trekken?

Voortplanting

2/2 Chemotaxis bij spermacellen.

Het effect van progesteron, één van de stoffen in de FF, op de chemotaxis van spermacellen werd nader onderzocht.

Beredeneer waarom juist progesteron voor dit onderzoek in aanmerking komt.

Voortplanting

1/3 Neus dicht, doerians in de buurt!
Zie de figuren B 5856 en B 5857 van de bijlage.

Doerians (afbeelding 1) zijn heerlijke roomwitte vruchten uit Zuidoost-Azië. De stank is echter onaangenaam. Toch laten bepaalde dieren zich daardoor niet weerhouden. Zo eten orang-oetans graag van de vruchten (zie afbeelding 2).

Hoe noemt men het verschijnsel dat een vrucht zoals de doerian meteen tegen de boomstam aan gevormd wordt?
Dat heet ...............................

[invulveld]

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voortplanting

3/3 Neus dicht, doerians in de buurt!

Doerians groeien alleen in primair en niet in secundair tropisch bos.

Noem drie verschillen tussen beide types bos.

Groei_ontwikkeling

Twee stekjes.

Je zet twee even grote stekjes van dezelfde plant op de vensterbank en geeft ze regelmatig met een gieter evenveel water. Eén van de twee stekjes aai je elke dag een beetje, het andere laat je onberoerd.

Welk effect heeft deze behandeling na een paar weken op de groei van de planten?

Voortplanting

Zygote

De haploïde DNA-hoeveelheid van een zaadcel van een muis bedraagt 2,5.10-12 g.

Hoeveel DNA bevindt zich in de zygote van een muis, die zich in de metafase van de eerste klievingsdeling bevindt?

Voortplanting

Baarvader

Bij welke diersoort kun je spreken van een 'baarvader'?

Voortplanting

Banaan en komkommer
Zie figuur B 5864 van de bijlage.

Wat heeft de banaan gemeen met de komkommer?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Haploïde cellen

Haploïde cellen bevatten

Voortplanting

Voortplantingsorganen
Zie figuur B 5865 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding hiernaast.

Leg uit dat de opmerking van het meisje niet helemaal correct is.

afbeeldingafbeelding