Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Ordening
Gewervelde dieren. Zie figuur B 2556 van de bijlage.
In de afbeelding is een aantal soorten gewervelde dieren weergegeven. Hoewel ze ongeveer even groot zijn getekend, verschillen ze in werkelijkheid in grootte.
Bij welke van deze soorten legt het vrouwtje eieren om zich voort te planten?
afbeelding
Ordening
Ordening.
Welke kenmerken hebben vogels en de amfibieën met elkaar gemeen?
Ordening
Ordening.
Enkele voorbeelden van dieren zijn:
1. sponzen, 2. vogels, 3. vissen, 4. weekdieren.
Welke van deze dieren behoren tot de gewervelde dieren?
Ordening
Ordening.
De holtedieren geven hun afvalproducten aan de buitenwereld af
Ordening
Ordening.
Zijn de holtedieren niet-symmetrisch, tweezijdig symmetrisch of veelzijdig symmetrisch?
Ordening
Ordening.
Tot welke afdeling van het dierenrijk behoort een amoebe?
Ordening
Ordening. Zie figuur B 1158 van de bijlage.
Is het dier van de afbeelding niet-symmetrisch, tweezijdig symmetrisch of veelzijdig symmetrisch?
afbeelding
Ordening
Ordening. Zie figuur B 1159 van de bijlage.
Tot welke groep van de weekdieren behoort het afgebeelde dier?
afbeelding
Ordening
Ordening.
Bij welke groep van de weekdieren hebben de dieren een inwendig skelet?
Ordening
Ordening.
Tot welke groep van de weekdieren behoort een mossel?
Ordening
Ordening.
In welk milieu kun je weekdieren aantreffen?
Ordening
Ordening. Zie figuur B 953 van de bijlage.
In de afbeelding is een dier afgebeeld.
Tot welke groep van de ongewervelde dieren behoort dit dier?
afbeelding
Ordening
Ordening.
Bij welke groep van de gewervelde dieren zijn de katten ingedeeld?
Ordening
Ordening. Zie figuur B 3069 van de bijlage.
In de afbeelding is een dier afgebeeld.
Tot welke groep van de gewervelde dieren behoort dit dier?
afbeelding
Ordening
Ordening.
I. Bij varens komen bloemen voor. II. Bij grassen komen bloemen voor.
Ordening
Ordening.
In welke afdelingen wordt het plantenrijk ingedeeld?
Ordening
Ordening.
I. Sporenplanten zijn opgebouwd uit wortels, stengels en bladeren. II. Zaadplanten zijn opgebouwd uit wortels, stengels en bladeren.
Ordening
Ordening.
Bij welke groep van planten vindt de voortplanting plaats door middel van zaden die groeien in een vrucht?
Ordening
Ordening.
Bij welke groep van planten vindt de voortplanting plaats door zaden die ontstaan tussen de schubben van een kegel?