Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VWO 4, VWO 5, VWO 6
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Meiose
Meiose. Zie figuur A 80 van de bijlage.
De figuren stellen stadia voor van kerndelingen van cellen uit hetzelfde organisme.
Welke van de figuren stellen een fase van de meiose voor en wat is het aantal chromosomen in diploïde cellen van het individu?
afbeelding
afbeelding
Meiose
Meiose.
I. In de meiose I liggen de chromosomen gepaard; elk paar geeft een chromosoom af aan elke pool. II. In de meiose II wordt elk chromosoom in de lengterichting gesplitst; elk deel gaat naar een afzonderlijke pool.
Meiose
Meiose.
Zowel tijdens de meiose I als tijdens de meiose II worden chromosomen naar de polen van de cel getrokken.
Bij zoogdieren wordt een EVEN aantal chromosomen naar elke pool getrokken
afbeelding
Meiose
Meiose. Zie figuur B 212 van de bijlage.
Welk(e) schema('s) geeft (geven) een bepaald aspect van de meiose juist weer?
afbeelding
Meiose
Meiose.
Meiose I en meiose II worden met elkaar vergeleken. Daarbij wordt gelet op de verdeling van chromosomaal materiaal (DNA) en het optreden van crossing-over.
Welk(e) van deze processen komt (komen) voor bij meiose I en welk(e) bij meiose II?
afbeelding
Meiose
Meiose. Zie figuur B 2515 van de bijlage.
Bij gewervelde dieren vindt de vorming van vrouwelijke voortplantingscellen plaats volgens één van de afgebeelde schema's.
Welk schema is het juiste?
afbeelding
Meiose
Meiose.
Door gebruik te maken van bepaalde chemicaliën, bijvoorbeeld colchicine, is het mogelijk tetraploïde (4n) planten te kweken uit diploïde (2n). Een kruising van zo'n tetraploïde plant met een diploïde soortgenoot levert triploïde (3n) nakomelingen op. Triploïde nakomelingen zijn in de regel steriel. Door weer gebruik te maken van colchicine, kunnen van deze planten door zelfbestuiving wel nakomelingen verkregen worden.
Hoeveel chromosomen per cel zullen de aldus door zelfbestuiving ontstane nakomelingen hebben als gegeven is dat de oorspronkelijke diploïde plant 20 chromosomen per cel bezat?
Meiose
Meiose.
Een man is heterozygoot voor drie eigenschappen, die worden veroorzaakt door onafhankelijk overervende genen.
Wat is het kleinste aantal spermamoedercellen dat een meiose moet ondergaan, zodat spermacellen met iedere mogelijke combinatie van de zes betrokken allelen kunnen ontstaan, er van uitgaande dat er geen crossing-over plaatsvindt?
Meiose
Meiose.
De chromosomen, die aan het einde van de meiose I bij de polen aankomen, bestaan vaak uit twee niet-identieke chromatiden.
De oorzaak dat deze chromatiden niet identiek zijn, is
Meiose
Meiose. Zie figuur B 153 van de bijlage.
De tekeningen geven weer een bepaalde gebeurtenis die met chromosomen kan plaatsvinden.
Waar kunnen zich bij de mens cellen bevinden, waarin deze gebeurtenis plaatsvindt?
afbeelding
Meiose
Chromosomen.
Soms vormen tijdens de celdeling chromosomen twee aan twee paren. Over deze paarvorming door chromosomen worden drie uitspraken gedaan:
1. De paarvorming door chromosomen gebeurt alleen tijdens de meiose. 2. Door de paarvorming wordt de hoeveelheid erfelijk materiaal in de cel verdubbeld. 3. De allelen in het ene chromosoom van een paar zijn altijd gelijk aan de allelen in het andere chromosoom van dat paar.
Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?
Meiose
Meiose.
De kern van een stuifmeelkorrel bevat 36 chromosomen.
Hoeveel chromosomen zitten er dan in de kern van een opperhuidcel van die plant?
Meiose
Meiose. Zie figuur B 652 van de bijlage.
In de figuur staan schematisch getekend telkens twee stadia van de meiose (fig. 1 t/m 4).
In welke figuur is de meiose op de juiste manier weergegeven?
afbeelding
Meiose
Een diploïde cel.
Een diploïde cel van de mens deelt zich. In een bepaalde fase van deze deling bevinden de chromosomen zich in het equatoriale vlak van deze cel. De totale hoeveelheid DNA van de chromosomen in deze cel wordt in deze fase van de deling q genoemd. Verschillen in de hoeveelheid DNA van de geslachtschromosomen worden buiten beschouwing gelaten.
Hoe groot is dan de totale hoeveelheid DNA van de chromosomen in de kern van een mannelijke gameet vlak voor de bevruchting?
Meiose
Meiose. Zie figuur B 2387 van de bijlage.
Vier leerlingen, Anne, Bert, Emma en Léon, kregen de opdracht een stadium te tekenen uit de meiose II van een organisme waarvoor geldt 2n = 4. In de afbeelding zijn hun tekeningen weergegeven. Anne maakte tekening 1, Bert tekening 2, Emma tekening 3 en Léon tekening 4.
Welke leerling heeft het stadium uit de meiose II juist getekend?
afbeelding
Mitose en meiose
Meiose en mitose. Zie figuur B 2656 en figuur B 2653 van de bijlage.
In de afbeelding zijn schematisch stadia van een meiose weergegeven. In deze tekening is voor de duidelijkheid uitgegaan van slechts één paar chromosomen. Op dezelfde wijze kan schematisch een mitose worden weergegeven.
In de uitwerkbijlage, zie figuur B 2653, zijn de stadia van deze mitotische deling getekend, echter zonder chromosomen.
Maak het schema van de mitose in de uitwerkbijlage af door de chromosomen in te tekenen. Ga uit van één paar chromosomen en beeld ze op dezelfde wijze af als in de cellen van de afbeelding.
afbeeldingafbeelding
Mitose
1/4 Telomeren. Zie figuur B 4717 van de bijlage.
Onderzoekers aan de universiteit van Utah (VS) hebben een test ontwikkeld die bij oudere mensen een indicatie kan geven hoelang zij theoretisch nog te leven hebben. Bij de test worden de uiteinden van chromosomen, de zogenoemde telomeren, bekeken. Telomeren zijn speciale structuren aan het einde van chromosomen van eukaryote organismen, die bestaan uit een zich herhalende nucleotidenvolgorde 5' TTAGGG 3' (zie de afbeelding B 4717). DNA-moleculen hebben bij de replicatie naast het gewone DNA-polymerase het enzym telomerase nodig, dat verlies van DNA aan het uiteinde van een chromosoom kan aanvullen door de telomeren te verlengen. Naarmate men ouder wordt, worden telomeren korter. Ze beginnen als het ware te krimpen. Dit zou invloed hebben op de celdeling, waardoor cellen vatbaarder worden voor ouderdomsziekten. Wanneer de telomeren te kort zijn, kan de cel niet meer delen.
DNA-polymerase kan alleen nucleotiden toevoegen aan het 3' uiteinde van een reeds gedupliceerd deel van het DNA. Bij de replicatie wordt door het polymerase een kort stukje RNA, de RNA-primer, als startpunt gebruikt. Deze primer wordt kort na de start van de replicatie verwijderd en later vervangen door een DNA-segment. In de afbeelding B 4718 is weergegeven hoe replicatie van de leidende en de volgende streng op verschillende wijze plaatsvindt. De leidende streng en de volgende streng worden niet op dezelfde wijze gerepliceerd. Daardoor wordt één van beide korter dan de bijbehorende matrijsstreng.
Welke streng, de leidende of de volgende streng, wordt korter bij replicatie? Leg uit dat dit een gevolg is van de manier waarop de DNA-replicatie van deze streng plaatsvindt.
-
afbeeldingafbeelding
Mitose
2/4 Telomeren. Zie figuur B 4719 van de bijlage.
Het enzym telomerase bestaat uit twee delen: een eiwitgedeelte en een RNA-streng met ca 450 nucleotiden waarin zich de code CCCAAUCCC bevindt. In de afbeelding is dit schematisch weergegeven. Het telomerase gebruikt een deel van zijn nucleotidenvolgorde (CCCAAUCCC) als matrijs om de ouderstreng (de matrijsstreng) te verlengen in de 5'-> 3' richting, telkens met de nucleotiden TTAGGG. Het actieve deel van de RNA-streng bevat een extra drietal cytosine nucleotiden met een andere functie.
Wat zal de functie zijn van het drietal cytosine nucleotiden in het actieve deel van het telomerase-RNA?
afbeelding
Mitose
3/4 Telomeren.
Door telomerase wordt vanuit een RNA-streng een nieuw stuk DNA-streng opgebouwd. Ook bij bepaalde virussen wordt RNA gebruikt als matrijs voor de opbouw van dubbelstrengs DNA.
Geef de naam van het hierbij betrokken virale enzym.
Mitose
4/4 Telomeren.
Wanneer de telomeren onvoldoende lengte hebben, wordt de celcyclus onderbroken en stopt de cel voorgoed met delen.
In welke fase van de celcyclus zal een dergelijke cel zich bevinden?