Oefentoets Biologie: Voortplanting - plant_bevruchting en vruchtvorming | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 30 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

30

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Processen in een bloem.

In een bloem kunnen de volgende processen optreden:

1. reductiedeling,
2. zelfbestuiving,
3. bevruchting,
4. productie van mannelijke voortplantingscellen,
5. productie van vrouwelijke voortplantingscellen.

Een plant heeft alleen bloemen zonder meeldraden, maar met stampers.

Welke van bovenstaande processen kunnen in deze bloemen optreden?

Voortplanting

Een bloempje van de rogge.
Zie figuur B 960 van de bijlage.

De schematische tekening stelt een bloempje van de rogge voor, dat door de wind bestoven wordt.

In welk(e) deel(delen) vindt reductiedeling en in welk deel vindt bevruchting plaats?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Stempel & stuifmeelkorrels.

Is een stempel een deel van een meeldraad of niet?
Ontstaan stuifmeelkorrels in vrouwelijke voortplantingsorganen of niet?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Stempel & stuifmeelkorrels.

I. Een stempel is een deel van een meeldraad.
II. Stuifmeelkorrels ontstaan in mannelijke voortplantingsorganen.

Voortplanting

Een bloeiende tulp
Zie figuur B 781 van de bijlage.

De tekening stelt een bloeiende tulp voor.

In welk of in welke van de aangegeven delen kan geslachtelijke voortplanting plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bescherming tegen zelfbestuiving.

Als gedeeltelijke bescherming tegen zelfbestuiving hebben sommige planten

Voortplanting

Een maïsplant met bloemen.
Zie figuur B 3456 van de bijlage.

De afbeelding stelt het bovenste deel van een maïsplant met bloemen voor.
Enkele delen zijn vergroot weergegeven. Een maïsplant heeft twee typen bloeiwijzen, een mannelijke en een vrouwelijke. De zaden ontwikkelen zich in maiskolven.
Enkele beweringen hierover zijn:

1. in deel P ontwikkelen zich zaden,
2. bestuiving bij rnaïs vindt hoofdzakelijk plaats door insecten,
3. deel Q ontwikkelt zich uit de vrouwelijke bloeiwijzen.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Tulpen en stuifmeel.

Bij tulpen ontstaat stuifmeel

Voortplanting

Processen in de bloem van een zaadplant.

In de bloem van een zaadplant kunnen onder andere de volgende processen plaatsvinden.

1. de vorming van eicellen;
2. de vorming van stuifmeelkorrels;
3. de bevruchting.

Welk(e) van deze processen vindt (vinden) in de stamper plaats?

Voortplanting

Mannelijke voortplantingscellen in verschillende bloemen.
Zie figuur B 1772 van de bijlage.

Hieronder staan schematisch vier verschillende bloemen getekend.

In welke van deze bloemen kunnen mannelijke voortplantingscellen gevormd worden?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bevruchting in een zaadplant.

In welk deel van een zaadplant vindt bevruchting plaats?

Voortplanting

Bevruchting in een orgaan van een bloem.
Zie figuur B 1828 van de bijlage.

De tekening stelt een orgaan van een bloem voor.

In welk deel vindt bevruchting plaats?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Ontwikkeling van een zaadbeginsel.

Bij zaadplanten begint de ontwikkeling van een zaadbeginsel (tot zaad) direct nadat

Voortplanting

Veranderingen in de stamper.

Welke van onderstaande veranderingen treedt in de stamper op, nadat een eicel bevrucht is?

Voortplanting

Ontwikkeling van een kiempje.
Zie figuur B 754 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede van een stamper voor.

In welk van de aangegeven delen kan zich een kiempje ontwikkelen?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Kernen uit stuifmeel en eicel.

Direct nadat bij een zaadplant kernen uit stuifmeel en eicel met elkaar zijn versmolten, begint de ontwikkeling van

Voortplanting

Een aardappel, een komkommer, een krop sla en een ui.

Vier voedingsmiddelen van de mens zijn: een aardappel, een komkommer, een krop sla en een ui.

Welk van deze voedingsmiddelen is rechtstreeks ontstaan uit een vruchtbeginsel?

Voortplanting

Bolvorming, knopvorming en zaadvorming.

Enkele manieren waarop organismen zich kunnen voortplanten zijn:

1. door bolvorming bij bolgewassen,
2. door knopvorming bij holtedieren,
3. door zaadvorming bij zaadplanten.

Voor welke van deze manieren is bevruchting noodzakelijk?

Voortplanting

Bloemdiagrammen.
Zie figuur B 3424 van de bijlage.

Een bloemdiagram is een schematische dwarse doorsnede door een bloem. Het aantal bloemonderdelen en hun plaats in de bloem zijn hierin aangegeven.
In de afbeelding zijn drie bloemdiagrammen getekend.

In welke bloemen die zijn weergegeven met de bloemdiagrammen 1, 2 en 3 kunnen zaden gevormd worden?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

De bevruchting bij een zaadplant.

De bevruchting bij een zaadplant is voltooid als

Voortplanting

De vorming van een stuifmeelbuis.
Zie figuur B 783 van de bijlage.

De afbeelding stelt een doorsnede van een bloem voor.
Er vindt bestuiving plaats.

In welk deel begint daarna de vorming van een stuifmeelbuis?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Ontwikkeling van een vrucht.

Uit welk van onderstaande delen van een bloem kan zich een vrucht ontwikkelen?

Voortplanting

De bloem en de vrucht van een erwtenplant.
Zie figuur B 2029 van de bijlage.

In de afbeelding geeft tekening 1 een vrucht van een erwtenplant weer.
Tekening 2 geeft de bloem weer waaruit deze vrucht zich heeft ontwikkeld.

Uit welk van de in de tekening 2 aangegeven bloemdelen heeft deel P zich ontwikkeld?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bevruchting bij een zaadplant.

Bevruchting vindt bij een zaadplant plaats op het ogenblik dat

Voortplanting

Het uitgroeien tot een zaad.

Welk deel van een zaadplant kan uitgroeien tot een zaad?

Voortplanting

Een doorgesneden paprika.
Zie figuur B 3551 van de bijlage.

In de afbeelding is een doorgesneden paprika getekend.

Is er bij de vorming van deze paprika slechts één vruchtbeginsel betrokken geweest of zijn er meerdere vruchtbeginsels bij betrokken geweest?
En is er bij de vorming van deze paprika slechts één zaadbeginsel betrokken geweest of zijn er meerdere zaadbeginsels bij betrokken geweest?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Pitten, klokhuis en vruchtvlees van een appel.
Zie figuur B 441 van de bijlage.

Aan een wilde appelboom hangen appels. In de appels bevinden zich pitten. Het klokhuis van een appel ontstaat uit een ander deel van de bloem dan het vruchtvlees van een appel.

Gegeven de volgende delen van een bloem of vrucht:

1. eicellen,
2. stuifmeelkorrels,
3. de bloembodem,
4. zaadbeginsels,
5. het kroontje,
6. het vruchtbeginsel,
7. stampers,
8. meeldraden.

Uit welke van de aangegeven delen ontstaan pitten, klokhuis en vruchtvlees.

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Zaden.
Zie figuur B 4495 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een bloem weer. Drie delen zijn met een letter aangegeven.

Welke letter geeft het deel van de bloem aan waarin zaden kunnen ontstaan?
En wat is de naam van dat deel van de bloem?

Typ je antwoord zó:

letter = [invulveld]
naam = [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Zaden.
Zie figuur B 4496 van de bijlage.

Van veel plantensoorten worden de zaden door de wind verspreid. Dichtbij zo'n plant worden meer zaden van die plant gevonden dan verder bij de plant vandaan.

In welk van afgebeelde diagrammen wordt dit juist weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/3 Duinen.
Zie figuur B 3334 van de bijlage.

In de afbeelding staat een bloemdiagram van parnassia afgebeeld.

Welke letter geeft het deel aan waarin de zaden zich na de bevruchting ontwikkelen?

de letter [invulveld]

afbeeldingafbeelding