Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | HAVO 4/HAVO 5

Deze digitale toets over meeldauw en plantenanatomie richt zich op studenten biologie en behandelt onderwerpen zoals de infectieplaatsen van meeldauw op druivenbladeren, bladdoorsneden en de functie van huidmondjes. Test je kennis met specifieke vragen en illustraties die inzicht geven in de werking van plantencellen en fotosynthese. - 16 vragen

Aantal vragen

16

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Meeldauw op Druivenbladeren

Meeldauw.

Meeldauw is een verzamelnaam voor een groep schimmels die op planten parasiteert. Er wordt onderscheid gemaakt tussen valse meeldauw en echte meeldauw. Beide typen kunnen op bladeren van de druif voorkomen.
Tot de valse meeldauw behoren soorten die met myceliumdraden de plant via de huidmondjes binnendringen en zich tussen de cellen uitbreiden. Voor de voortplanting en verspreiding vormen ze sporenkapsels, die via de huidmondjes naar buiten steken.
De meeste echte meeldauwsoorten dringen met myceliumdraden op verschillende plaatsen alleen de opperhuid van een plant binnen. Daar onttrekken ze stoffen aan de cellen.

Kunnen de beschreven echte meeldauwsoorten alleen maar voorkomen op de bovenkant, alleen maar op de onderkant of op beide kanten van een druivenblad?
Waar dringt valse meeldauw een druivenblad vooral binnen?

afbeeldingafbeelding

Bladdoorsnede en waterverliezen

Anatomie blad.
Zie figuur B 1699 van de bijlage.

In de afbeelding is weergegeven een tekening van een bladdoorsnede.

Het oppervlak, waar het meeste water in de vorm van damp de cel verlaat, wordt aangeduid met nummer

afbeeldingafbeelding

Locaties van plantencellen in dwarsdoorsneden

Anatomie plant.
Zie figuur C 47 van de bijlage.

In tekening P zijn verschillende cellen weergegeven zoals ze voorkomen bij planten. De andere tekeningen stellen schematische dwarsdoorsneden voor van een stengel, van een wortel en van een blad.

Op welke van de aangegeven plaatsen in de dwarsdoorsneden kunnen de in tekening P weergegeven cellen worden aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

Dwarsdoorsnede van een waterlelieblad

Waterlelieblad.

De waterlelie heeft bladeren die op het water drijven.

In de dwarsdoorsnede van zo'n waterlelieblad treffen we van boven naar beneden achtereenvolgens aan:

Bladgroenkorrels in beukenblad delen

Beukenblad.

Hieronder staan drie delen van een beukenblad genoemd.

1. de opperhuid;
2. het vulweefsel;
3. de vaatbundels.

In welk deel of in welke delen bevatten alle cellen bladgroenkorrels?

Transport van stoffen in bladeren

Een deel van een blad.
Zie figuur B 416 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een deel van een blad met bladgroen voor. Enkele celtypen zijn met cijfers aangegeven.
Een dergelijk blad bevindt zich aan een levende zaadplant die op een zonnige standplaats groeit.

Kan transport van de stoffen die via P zijn aangevoerd, plaatsvinden naar celtype 1, 2 en/of 3?

afbeeldingafbeelding

Transport in een blad bij gesloten huidmondjes

Een deel van een blad.
Zie figuur B 416 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een deel van een blad met bladgroen voor. Enkele celtypen zijn met cijfers aangegeven.
Een dergelijk blad bevindt zich aan een levende zaadplant die op een zonnige standplaats groeit.
Op een bepaald moment zijn de huidmondjes van deze plant gesloten.

Vindt in die situatie in de plant transport van koolhydraten plaats?
En transport van water?

afbeeldingafbeelding

Concentraties van waterdamp en zuurstof in blad

Doorsnede blad.
Zie figuur B 528 van de bijlage.

De tekening geeft een doorsnede van een blad van een plant weer. De plant staat in het zonlicht en verliest water door verdamping. De temperatuur is 20°C.

Op welke van de aangegeven plaatsen is de concentratie van waterdamp het hoogst?
En op welke plaats de zuurstofconcentratie?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zuurstof- en waterdampconcentratie in bladeren

Een blad.

Op een zonnige, droge dag worden bij een bepaalde plant de zuurstofconcentratie en de waterdampconcentratie gemeten buiten een blad en in de intercellulaire holten van dat blad. De huidmondjes van het blad zijn open en in de bladcellen vindt fotosynthese plaats.

Is de zuurstofconcentratie het hoogst buiten het blad of in de intercellulaire holten?
En waar is de waterdampconcentratie het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Fotosynthese in bladcellen

Een blad.
Zie figuur B 2354 van de bijlage.

De afbeelding stelt een dwarsdoorsnede van een blad van een zaadplant voor. Er zijn geen bladgroenkorrels getekend.

In welke van de aangegeven cellen 1, 2 en 3 kan fotosynthese plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Huidmondjes bij verschillende bladtypen

1/3 Pijlkruid.
Zie figuur B 1385 van de bijlage.

Aan een pijlkruidplant kunnen drie verschillende bladtypen voorkomen: onder water lintvormig, drijvend op het wateroppervlak ovaal en boven water pijlvormig.

Bij bladeren van welk van de genoemde typen zullen waarschijnlijk huidmondjes aan de onderkant van de bladeren voorkomen?

afbeeldingafbeelding

Invloed van erfelijkheid en milieu op groei

2/3 Pijlkruid.

Wordt de ontwikkeling van een blad bij het pijlkruid uitsluitend door erfelijke factoren bepaald, uitsluitend door milieufactoren of door beide factoren?

Zuurstofopname bij verschillende bladtypen

3/3 Pijlkruid.
Zie figuur B 1385 van de bijlage.

Aan een pijlkruidplant kunnen drie verschillende bladtypen voorkomen: onder water lintvormig, drijvend op het wateroppervlak ovaal en boven water pijlvormig.

In welk van de genoemde typen bladeren kan zuurstof uit de omgeving worden opgenomen?

Dwarsdoorsnede van een loofboomblad

Blad.
Zie figuur B 5761 van de bijlage.

Nevenstaande schematische weergave van een dwarsdoorsnede door het blad van een loofboom moet als verklarend onderschrift hebben:

1 = ;

2 = ;

3 = ;

4 = .

afbeeldingafbeelding

Echte meeldauw op druivenbladeren

1/2 Meeldauw.
Zie figuur B 6819 van de bijlage.

Meeldauw is een verzamelnaam voor een groep schimmels die op planten parasiteert. Er wordt onderscheid gemaakt tussen valse meeldauw en echte meeldauw. Beide typen kunnen op bladeren van de druif voorkomen.
Tot de valse meeldauw behoren soorten die met myceliumdraden de plant via de huidmondjes binnendringen en zich tussen de cellen uitbreiden. Voor de voortplanting en verspreiding vormen ze sporenkapsels, die via de huidmondjes naar buiten steken.
De meeste echte meeldauwsoorten dringen met myceliumdraden op verschillende plaatsen alleen de opperhuid van een plant binnen. Daar onttrekken ze stoffen aan de cellen.

Kunnen de beschreven echte meeldauwsoorten alleen maar voorkomen op de bovenkant, alleen maar op de onderkant of op beide kanten van een druivenblad?

afbeeldingafbeelding

Infectieplaats van valse meeldauw op druivenblad

2/2 Meeldauw.

Waar dringt valse meeldauw een druivenblad vooral binnen?