Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Men vermoedt dat sparren ziek kunnen worden door luchtverontreiniging als gevolg van het autogebruik. Bepaalde verontreinigende stoffen, afkomstig van het autoverkeer, komen in de bodem rond de sparren.
Noem twee van die verontreinigende stoffen.
Plantenanatomie en -fysiologie
2/6 Hete zomers, kale sparren.
Bij een zieke spar vallen de naalden sneller af dan bij een gezonde spar. De afgevallen naalden worden langzaam afgebroken. Daarbij ontstaan zouten.
Noem twee verschillende groepen organismen die zouten uit de afgevallen naalden laten ontstaan.
Plantenanatomie en -fysiologie
3/6 Hete zomers, kale sparren.
Door de droogte groeien ook gezonde bomen minder snel.
Welke van de stoffen water en zouten nemen de bomen in een droge periode minder op dan in een normale periode?
Plantenanatomie en -fysiologie
4/6 Hete zomers, kale sparren.
In een bosbouwtijdschrift noemt een onderzoeker een andere oorzaak: vooral door een gebrek aan magnesiumzouten worden in droge zomers de naalden van een boom geel en vallen af. Door de droogte worden afgevallen naalden en takken minder snel afgebroken. En dat afgevallen materiaal is juist de voornaamste bron van magnesiumzouten voor de boom.
Bomen gebruiken magnesiumzouten voor het maken van bladgroen.
Leg uit dat een boom bij gebrek aan magnesiumzouten ook minder hout kan maken.
Plantenanatomie en -fysiologie
5/6 Hete zomers, kale sparren.
Magnesiumzouten worden via de stam naar de naalden van een spar getransporteerd. Twee leerlingen doen een bewering over dit transport:
Leerling 1: De magnesiumzouten worden vooral via houtvaten getransporteerd. Leerling 2: De vaten die magnesiumzouten vooral transporteren, bestaan uit levende cellen.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
Plantenanatomie en -fysiologie
6/6 Hete zomers, kale sparren.
In een bos staat een groep zieke sparren. Een eindje verderop staat een groep gezonde sparren. De bodem onder de bomen ziet er zo op het oog hetzelfde uit. De onderzoeker veronderstelt dat sparren vooral door een tekort aan magnesiumzouten ziek worden.
Beschrijf een opzet van een onderzoek waarmee de onderzoeker kan bewijzen dat vooral het tekort aan magnesiumzouten de oorzaak is van het ziek worden van sparren.
Plantenanatomie en -fysiologie
1/3 Patataardappels.
Johan Aalberts teelt aardappels voor de patates fritesindustrie. Deze industrie betaalt méér geld voor een kilogram grote aardappels dan voor een kilogram kleine. Bij de teelt van de aardappels maakt Johan gebruik van zogenaamd pootgoed. Dit zijn knollen waaruit aardappelplanten opgroeien. Aan deze planten groeien de aardappels die Johan aan de patatfabriek verkoopt.
In de tabel is weergegeven hoe het aantal grote aardappels (> 55 mm) verandert met het aantal aardappelplanten per m2
(de plantdichtheid) en de grootte van de pootaardappels. afbeelding Naar aanleiding van de gegevens in de tabel worden twee conclusies getrokken.
1. Hoe minder planten/m2
, hoe meer grote aardappels. 2. Hoe groter de pootaardappels, hoe meer grote aardappels.
Zijn deze conclusies juist?
-
Plantenanatomie en -fysiologie
2/3 Patataardappels.
Na het oogsten van de aardappels worden deze opgeslagen. In een boek stond over dit bewaren: "De aardappel is een levend product. In de aardappels treedt verbranding op. Bij deze verbranding ontstaat water. Tijdens het bewaren van de aardappels wordt het gewicht van de aardappels minder, bijvoorbeeld door ziekten of door waterverlies."
Welke andere stof, behalve water, ontstaat er bij verbranding?
Plantenanatomie en -fysiologie
3/3 Patataardappels. Zie figuur B 3276 van de bijlage.
In de afbeelding is weergegeven hoe de hoeveelheid verbranding in aardappels afhangt van de bewaartemperatuur.
Bij welke temperaturen kan Johan Aalberts zijn aardappels het beste bewaren?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
1/2 Vetblad. Zie figuur B 3462 van de bijlage.
Vetblad (zie de afbeelding) is een zeldzame plantensoort die op vochtige, voedselarme veengrond groeit. De plant met groene bladeren ‘vangt' dieren. Kleine insecten blijven hangen aan het vocht dat door haren op de bladeren wordt afgescheiden. Andere delen van het blad scheiden een stof af waardoor de insecten worden verteerd. Het blad neemt de uit het insect vrijgekomen stoffen op. Op het blad leven ook kleine schimmels van de resten van de insecten. De meeste planten kunnen niet groeien op voedselarme grond.
Hebben zij op die grond vooral gebrek aan koolhydraten, aan koolstofdioxide, aan water of aan bepaalde zouten?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
2/2 Vetblad.
Twee beweringen over de schimmels op de bladeren van vetblad zijn:
1. de schimmels nemen organische stoffen op uit de resten van de insecten; 2. de schimmels zetten resten van de insecten om in anorganische stoffen.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
1/4 Wiertjes in een pantoffeldiertje. Zie figuur B 914 van de bijlage.
Het komt voor dat in bepaalde organismen andere organismen leven. In sommige eencellige diertjes, zoals het pantoffeldiertje (zie de afbeelding), kunnen bijvoorbeeld groenwiertjes voorkomen. Deze wiertjes bezitten bladgroen en onttrekken bepaalde stoffen aan het pantoffeldiertje. De wiertjes gebruiken deze stoffen voor hun fotosynthese. Het pantoffeldiertje krijgt op zijn beurt bepaalde stoffen van de wiertjes.
Welke stof geven de pantoffeldiertjes en de wiertjes beide af wanneer ze in het donker leven?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
2/4 Wiertjes in een pantoffeldiertje. Zie figuur B 914 van de bijlage.
In welk of in welke van deze organismen wordt energie vrijgemaakt door verbranding?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
3/4 Wiertjes in een pantoffeldiertje. Zie figuur B 914 van de bijlage.
Het komt voor dat in bepaalde organismen andere organismen leven. In sommige eencellige diertjes, zoals het pantoffeldiertje (zie de afbeelding), kunnen bijvoorbeeld groenwiertjes voorkomen. Deze wiertjes bezitten bladgroen en onttrekken bepaalde stoffen aan het pantoffeldiertje. De wiertjes gebruiken deze stoffen voor hun fotosynthese. Het pantoffeldiertje krijgt op zijn beurt bepaalde stoffen van de wiertjes.
Welke zijn de 'bepaalde stoffen' die aan het pantoffeldiertje worden onttrokken?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
4/4 Wiertjes in een pantoffeldiertje.
Welke zijn de 'bepaalde stoffen' die aan het pantoffeldiertje worden gegeven?
Plantenanatomie en -fysiologie
1/8 Transport in Mammoetbomen.
Bij onderzoek van een 150 meter hoge Californische mammoetboom is gebleken dat de stam 's middags om 2 uur dunner is dan 's nachts om 4 uur. Professor Mohr berekende dat in sommige transportvaten bij het vervoeren van water in de stam enorme krachten optreden, zelfs zo sterk dat die transportvaten zich enigszins vernauwen. Deze krachten worden veroorzaakt door de verdamping van water in de bladeren.
Door welke drie mechanismen wordt water in een boom vervoerd?
Plantenanatomie en -fysiologie
2/8 Transport in Mammoetbomen.
Gaat door de hier bedoelde vaten overdag per minuut evenveel water als 's nachts? Zo nee, wanneer gaat er het meeste water door?
Plantenanatomie en -fysiologie
3/8 Transport in Mammoetbomen.
Worden in de hier bedoelde transportvaten met het water vooral suiker of vooral zouten vervoerd of van beide ongeveer evenveel?
Plantenanatomie en -fysiologie
4/8 Transport in Mammoetbomen.
Heeft de verdamping van water in de bladeren een grote zuigkracht, een grote worteldruk of beide tot gevolg?