Oefentoets Biologie: Bloed - bloeddruk | VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 16 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

16

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

Bloeddruk.

Men meet bij een proefpersoon die volkomen ontspannen ligt, de bloeddruk in een aantal bloedvaten.

In welke regel staan de bloedvaten gerangschikt van hoogste naar laagste bloeddruk?
(meerdere antwoorden zijn mogelijk)

Bloed

Bloeddruk.

Men meet bij een proefpersoon die volkomen ontspannen ligt, de bloeddruk in een holle ader, de aorta, de leverhaarvaten, de leverslagader en de leverader.

In welke regel staan de bloedvaten gerangschikt van hogere naar lagere bloeddruk?

Bloed

Bloeddruk.
Zie figuur B 1790 van de bijlage.

De tekening geeft een deel van de bloedsomloop bij de mens weer. Bij P. Q en R werd de bloeddruk gemeten op een bepaald tijdstip. De gevonden waarden zijn: 4, 15 en 20 mm kwikdruk.

Welke waarde is gemeten bij P, welke bij Q en welke bij R?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Bloed

Hoge bloeddruk.

Joke heeft hoge bloeddruk. Ze krijgt het advies om zo weinig mogelijk zout te gebruiken. Zout bevat natrium.
Dat is een stof die de bloeddruk bij veel mensen verhoogt. Joke gaat kaas kopen als broodbeleg.
Ze kan kiezen uit verschillende soorten (zie de tabel).

afbeeldingafbeelding

Welke soort kaas kan Joke het beste kiezen als ze het advies wil opvolgen?

Bloed

1/3 Bloeddruk.
Zie figuur B 1379 van de bijlage.

Bloeddruk wordt omschreven als de druk van het bloed op de wand van een bloedvat. De bloeddruk varieert tijdens elke hartslag. De bloeddruk wordt meestal gemeten in de bovenarm (zie de afbeelding). Daarbij bepaalt men zowel de hoogste druk (bovendruk) als de laagste druk (onderdruk).

Tijdens de werking van het hart kunnen drie fasen worden onderscheiden die elkaar opvolgen:

1. het samentrekken van de boezems,
2. het samentrekken van de kamers,
3. de hartpauze.

In welke fase ontstaat de bovendruk?

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/3 Bloeddruk.

Men meet met de methode van de afbeelding de bloeddruk in bepaalde bloedvaten in de bovenarm.

Leg uit dat men de druk in een slagader wil meten en niet de druk in een ader.

Bloed

3/3 Bloeddruk.

Een patiënt heeft last van duizeligheid als gevolg van lage bloeddruk.

Leg uit hoe lage bloeddruk tot duizeligheid kan leiden.

Bloed

1/2 Flauwvallen.

FLAUWVALLEN.

Voor mensen die regelmatig flauwvallen als gevolg van het vertragen van de hartslag en daling van de bloeddruk kan het plaatsen van een pacemaker, een elektrische 'gangmaker' van het hart, uitkomst bieden, meldt deze week het Journal of the American College of Cardiology. Het plaatsen van een pacemaker leidde in een studie tot een afname van het flauwvallen met meer dan 80 %.

(Brabants Dagblad, 20 januari 1999).

Zie volgende scherm

Bloed

2/2 Flauwvallen.

Beredeneer waardoor het verlagen van de bloeddruk tot flauwvallen kan leiden.

Bloed

Bèta-blokkers.

Er zijn verschillende groepen medicijnen. Eén zo'n groep medicijnen heet ‘bèta-blokkers'. Bèta-blokkers zorgen er voor dat de hartslag wordt vertraagd. Het hart pompt dan minder snel en minder krachtig.

Hebben bèta-blokkers invloed op de bloeddruk?

Bloed

Wespensteek.

Als je door een wesp gestoken wordt, doet dat even pijn. De huid wordt dan rood en zwelt wat op. Dit wordt veroorzaakt door het gif dat de wesp in de huid brengt.

Sommige mensen zijn zeer gevoelig voor het gif. Na een wespensteek kan dan een zeer ernstige reactie optreden, de zogenaamde anafylactische shock. Hierbij daalt de bloeddruk sterk. Door de verlaagde bloeddruk stroomt er onder andere minder bloed door de haarvaten van de hersenen en kan de patiënt bewusteloos raken.

Leg uit waardoor iemand bewusteloos kan raken als er plotseling minder bloed naar de hersenen wordt gevoerd.

Bloed

1/3 Bloeddruk.
Zie figuur A 941 van de bijlage.

Als mensen ouder worden stijgt de bloeddruk meestal.
Bij een bloeddrukmeting wordt een bovendruk en een onderdruk gemeten.
In het diagram is de gemiddelde bovendruk van mannen en vrouwen weergegeven op verschillende leeftijden.

Op welke leeftijd is volgens het diagram de gemiddelde bovendruk van mannen en vrouwen aan elkaar gelijk?

afbeeldingafbeelding

choiceInteraction

2/3 Bloeddruk.
Zie figuur A 941 van de bijlage.

Een hoge bovendruk kan op hoge leeftijd (65 jaar en ouder) zorgen voor problemen. Hoe hoger de bovendruk, hoe groter de kans is op het krijgen van een hersenbloeding.

Wie hebben volgens de informatie op hoge leeftijd een grotere kans op het krijgen van zo'n hersenbloeding, mannen of vrouwen?

afbeeldingafbeelding

choiceInteraction

3/3 Bloeddruk.
Zie figuur A 942 van de bijlage.

De bloeddruk is niet hetzelfde in alle bloedvaten.
In de afbeelding is het bloedvatenstelsel schematisch weergegeven.

In welk van de aangeven bloedvaten is de bloeddruk het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Training.
Zie figuur B 3130 van de bijlage.

In de afbeelding is het percentage bloed weergegeven dat vóór en tijdens het trainen naar verschillende organen stroomt.

Welk orgaan krijgt tijdens het trainen meer bloed?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Spieren en energieverbruik.

Neemt bij het begin van een inspanning de hoeveelheid bloed die per minuut door de kransslagaders naar de hartspier wordt vervoerd toe of af of blijft deze hoeveelheid bloed gelijk ?