Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VMBO theoretische leerweg, 4
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Bloed
Het CO2
en het O2
in de kleine bloedsomloop.
In de kleine bloedsomloop bij een mens worden het koolstofdioxidegehalte en het zuurstofgehalte van het bloed gemeten. De metingen gebeuren bij het hart aan het begin van een slagader en aan het eind van een ader.
Waar is het zuurstofgehalte het hoogst? En waar het koolstofdioxidegehalte?
afbeelding
Bloed
De eigenschappen van een bloedvat.
Van een bepaald bloedvat is het volgende bekend:
1. Door het bloedvat stroomt zuurstofarm bloed vanaf het hart naar een ander orgaan. 2. De wand is sterk gespierd.
Welk bloedvat kan dit zijn?
Bloed
Het bloed naar de longen.
Uit welk deel van het hart van een zoogdier wordt bloed naar de longen gepompt?
Bloed
Grote of kleine bloedsomloop. Zie figuur B 1764 van de bijlage.
Hiernaast is schematisch een deel van het bloedvatenstelsel van een zoogdier getekend.
Hoe heet bloedvat P? Behoort bloedvat P tot de grote of tot de kleine bloedsomloop?
afbeelding
afbeelding
Bloed
Nicotine opgenomen in het bloed.
Bij het inademen van tabaksrook wordt er nicotine uit deze rook opgenomen in het bloed.
In welke hartruimte komt het eerst bloed met daarin nicotine uit de ingeademde tabaksrook?
Bloed
Gas opgenomen in de longen.
Het bloed in de longhaarvaten neemt een gas op uit de lucht in de longen.
Is dit zuurstof of koolstofdioxide? Welke bloedcellen transporteren dit?
afbeelding
Bloed
Bloed met veel koolstofdioxide in de kleine bloedsomloop.
Welk(e) van deze bloedvaten behoort (behoren) tot de kleine bloedsomloop en bevat(ten) tevens bloed met veel koolstofdioxide?
Bloed
Bloed dat organen passeert.
Uit de linker hartkamer van de mens wordt per minuut evenveel bloed weggepompt als uit de rechter hartkamer. Toch passeert per minuut door verschillende organen in het lichaam niet evenveel bloed.
Door welke organen passeert per minuut de grootste hoeveelheid bloed?
Bloed
1/5 Hartafwijking. Zie figuur B 2099 van de bijlage.
Jan is geboren met een hartafwijking. Hij heeft een extra opening in het hart. Dit is weergegeven in de afbeelding. Als de kamers van het hart van Jan samentrekken, stroomt er ook bloed door de opening. Dat bloed stroomt in de richting die in de afbeelding met pijl P is aangegeven.
Is de hoeveelheid bloed die bij een hartslag in de aorta komt door Jans hartafwijking groter of kleiner dan normaal? Of heeft de opening in zijn hart daar geen invloed op? Licht je antwoord toe.
afbeelding
Bloed
2/5 Hartafwijking. Zie figuur A 376 van de bijlage.
Tijdens een operatie heeft men de extra opening in het hart van Jan gesloten. Daarbij kreeg hij via een infuus bloedplasma toegediend. De zak met bloedplasma was aangesloten op een bloedvat in zijn arm (zie de afbeelding).
Bevat dat bloedplasma bloedcellen? En fibrinogeen?
afbeelding
Bloed
3/5 Hartafwijking. Zie figuur A 376 van de bijlage.
Om het bloedplasma toe te dienen wordt een naald in een van de bloedvaten van een arm gestoken (zie de afbeelding).
Wordt de naald in een ader, in een haarvat of in een slagader gestoken? Licht je antwoord toe.
afbeelding
Bloed
4/5 Hartafwijking.
Na een operatie kan een bloedstolsel in een bloedvat ontstaan. Dit komt doordat onoplosbare eiwitdraden worden gevormd.
Welke bloeddeeltjes spelen een belangrijke rol bij het vormen van de eiwitdraden in het bloedstolsel?
Bloed
5/5 Hartafwijking.
Een vertakking van een kransslagader kan afgesloten raken door een bloedstolsel.
Wat is het directe gevolg van deze afsluiting?
Bloed
1/3 De bloedvoorziening van enkele organen. Zie figuur B 1899 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch enkele organen van de mens weer met enkele bijbehorende bloedvaten.
Met welk cijfer wordt de leverslagader aangegeven?
afbeelding
Bloed
2/3 De bloedvoorziening van enkele organen. Zie figuur B 1899 van de bijlage.
In welk van de bloedvaten 1, 2 en 4 bevindt zich zuurstofrijk bloed?
afbeelding
Bloed
3/3 De bloedvoorziening van enkele organen. Zie figuur B 1899 van de bijlage.
In welke twee bloedvaten heeft het bloed hetzelfde glucosegehalte?
afbeelding
Bloed
1/5 Bloedvaten. Zie figuur B 3412 van de bijlage.
In de afbeelding zijn schematisch een slagader, een ader en een aantal haarvaten getekend. Deze bloedvaten behoren tot de kleine bloedsomloop. De dikte van de wanden is niet weergegeven. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed in de bloedvaten aan.
Drie organen van een mens zijn: de lever, een long en de nier.
In welk van deze organen kunnen de getekende bloedvaten voorkomen?
afbeelding
Bloed
2/5 Bloedvaten. Zie figuur B 3412 van de bijlage.
Welke van de bloedvaten P, Q en R heeft de dikste wand?
afbeelding
Bloed
3/5 Bloedvaten. Zie figuur B 3412 van de bijlage.
In welke van de bloedvaten P, Q en R in de kleine bloedsomloop is de hoeveelheid zuurstof het grootst?
afbeelding
Bloed
4/5 Bloedvaten. Zie figuur B 3412 van de bijlage.
In welk van de bloedvaten P, Q en R is de bloeddruk het hoogst?