Ademhaling
Uitlaatgassen.
Bepaalde uitlaatgassen tasten de slijmlaag van de luchtwegen aan. Het verwarmen van de lucht in de luchtwegen wordt hierdoor niet beïnvloed.
Noem twee functies van de slijmlaag van de luchtwegen.
Deze oefentoets bevat 19 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
19
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 1, HAVO 2
NVON
cc-by-sa-40
Uitlaatgassen.
Bepaalde uitlaatgassen tasten de slijmlaag van de luchtwegen aan. Het verwarmen van de lucht in de luchtwegen wordt hierdoor niet beïnvloed.
Noem twee functies van de slijmlaag van de luchtwegen.
Borstkas en hoofd.
Zie figuur A 119 van de bijlage.
De afbeelding geeft een schematische doorsnede van een deel van een mens weer.
Benoem de genummerde onderdelen.
1. [invulveld]
2. [invulveld]
3. [invulveld]
afbeelding
Het strottenklepje.
Waarvoor dient het strottenklepje?
Dit voorkomt, dat er
Het hoofd.
Zie figuur B 742 van de bijlage.
De tekening stelt een lengtedoorsnede voor van het hoofd en de hals van de mens.
De pijl geeft de richting aan waarin transport plaatsvindt.
Welke van onderstaande gebeurtenissen veroorzaakt dit transport ?
afbeelding
Huig en strotklepje.
Bevindt de huig van de mens zich tussen keelholte en neusholte?
Bevindt het strotklepje zich tussen keelholte en luchtpijp?
afbeelding
De luchtpijp.
Twee beweringen over de bouw van de luchtpijp van de mens zijn:
I. De luchtpijp bevat kraakbeenstukken die voorkomen dat de luchtpijp bij inademing dichtklapt.
II. De luchtpijp bevat trilharen die slijm met stofdeeltjes naar de keelholte transporteren.
Kraakbeenringen.
Welk van onderstaande organen van de mens is verstevigd door middel van kraakbeenringen?
Trilharen.
De binnenzijde van de luchtpijp is o.a. bekleed met cellen. die zeer kleine trilhaartjes dragen.
Deze trilhaartjes zorgen voor
Een weefsel.
Zie figuur B 1940 van de bijlage.
In de afbeelding geeft tekening P schematisch enkele cellen van een weefsel in het lichaam van de mens weer. Tekening Q geeft een doorsnede van een deel van het hoofd van de mens weer.
Op welke van de aangegeven plaatsen in tekening Q komt het weefsel van tekening P voor?
op plaats
afbeelding
De neusholte.
In de wand van de neusholte bevinden zich veel kleine bloedvaten.
De ingeademde lucht die langs deze wand stroomt, wordt door de aanwezigheid van die bloedvaten
De luchtpijp.
Hier volgen twee beweringen over de luchtpijp.
I. Kraakbeen in de wand van de luchtpijp zorgt er voor, dat bij inademing de luchtpijp niet dichtgedrukt wordt.
II. In de luchtpijp wordt de binnenstromende lucht gezuiverd.
Luchtpijp en slokdarm.
Ligt de luchtpijp of de slokdarm het dichtst bij de wervelkolom?
Welk van deze organen bezit een wand met kraakbeen?
afbeelding
Het strottenklepje.
Twee beweringen over het strottenklepje zijn:
I. Het strottenklepje bevindt zich bij het begin van de luchtpijp.
II. Het strottenklepje voorkomt dat er lucht in de slokdarm komt.
Het strottenklepje.
Hieronder volgen twee beweringen over het strottenklepje:
I. Het strottenklepje sluit de luchtpijp af bij het slikken.
II. Het strottenklepje sluit de slokdarm af bij de ademhaling.
Trilharen.
In de luchtpijp van de mens bevinden zich trilharen.
Wat is de belangrijkste functie van deze trilharen?
Een doorsnede van het hoofd.
Komen in de wand van R ringen voor?
Zo ja, van been- of van kraakbeenweefsel?
afbeelding
Griep.
Griep wordt veroorzaakt door een virus. Als iemand die griep heeft, hoest of niest, kunnen er vochtdruppeltjes met daarin het griepvirus in de lucht komen. Door het inademen van zulke druppeltjes treedt besmetting met het griepvirus op.
Treedt besmetting sneller op bij het inademen door de mond of bij het inademen door de neus?
Of maakt het geen verschil?
Hardlopen.
Bepaalde voeding is noodzakelijk om een goede hardlooptijd te lopen.
Ook de ademhaling is belangrijk.
Hardlopers ademen door de mond en niet door de neus.
Ademhalen door de mond heeft nadelen.
Noteer twee nadelen van ademen door de mond in plaats van ademen door de neus.
Hoestreflex.
Zie figuur B 4614 van de bijlage.
Iemand met hoestreflex heeft een grote kans op het krijgen van astma.
In de afbeelding is een overzicht gegeven van enkele delen in de borstholte.
Astma is een aandoening van de luchtwegen.
Deel P uit de afbeelding kan bij een astma-aanval vernauwd raken.
Wat is de naam van deel P?
Dit deel heet de/het [invulveld]
afbeelding