Oefentoets Biologie: Ecologie - voedselketens | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 12 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

12

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Een voedselketen.

In een voedselketen kan de hoeveelheid vastgelegde energie in de eerste schakel worden vergeleken met de hoeveelheid vastgelegde energie in de tweede schakel.

In welke van deze schakels is de hoeveelheid vastgelegde energie het grootst?
Waardoor?

Ecologie

Een voedselketen.

In een voedselketen kan de hoeveelheid vastgelegde energie van het eerste trofische niveau worden vergeleken met de hoeveelheid vastgelegde energie van het tweede trofische niveau.

In welk van deze trofische niveaus is de hoeveelheid vastgelegde energie het grootst?
Waardoor?

Ecologie

1/3 Dioxines in de voedselketen.
Zie figuur E 56 van de bijlage.

Het ministerie van milieu in Australië laat met regelmaat onderzoek doen naar de verspreiding van toxische stoffen in het milieu. In 2004 werd een rapport uitgebracht over de concentratie van dioxines in de Australische fauna.
Dioxines is de verzamelnaam voor een grote groep van persistente gechloreerde koolwaterstoffen die ontstaan bij verbranding van chloorhoudende kunststoffen. Dioxines zijn goed oplosbaar in vet, slecht oplosbaar in water en zeer giftig. De toxische effecten zijn afhankelijk van de dosis, de wijze van de blootstelling en de duur daarvan. Uit dierproeven met lange termijn blootstelling via verontreinigd voedsel is gebleken dat ze kankerverwekkend zijn.
In de afbeelding zijn resultaten van het Australische onderzoek weergegeven. In de afbeelding is de concentratie van een aantal zeer giftige dioxines uitgedrukt in picogram TEQ per gram vet. TEQ staat voor toxische equivalenten en corrigeert voor verschillen in giftigheid tussen de onderzochte dioxines. Elk punt geeft een meting aan één individu weer.
De spreiding van de dioxineconcentratie is per kolom groot. Toch laat het diagram van kolom I naar V een stijgende lijn zien.

Bij welke diergroep is het verschil tussen de afzonderlijke metingen van de individuen naar verhouding het grootst?
Hoe groot is dit verschil tussen de laagste en de hoogste concentratie dioxines bij die diergroep?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Dioxines in de voedselketen.
Zie figuur E 56 van de bijlage.

Leg uit waardoor de concentratie van dioxines in vetweefsel van de onderzochte Australische dieren van kolom I naar V toeneemt.
Wat is de biologische term voor deze toenemende concentratie van stoffen in trofische niveaus?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

3/3 Dioxines in de voedselketen.
Zie figuur E 56 van de bijlage.

In kolom VI van de afbeelding staan de resultaten van twee soorten aaseters.
De concentraties dioxines die in deze dieren werden aangetroffen zijn gemiddeld lager dan die in de carnivoren van kolom II tot en met V.

Geef een verklaring hiervoor.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/5 Ecologie op het Kaibab Plateau.

Vóór 1907 waren er ongeveer 4000 herten en goede predatorpopulaties (van poema's en wolven) op het Kaibab Plateau, een gebied van ca.700.000 acres aan de noordkant van de Grand Canyon (Arizona). Tussen 1907 en 1923 werd eendrachtig samengewerkt om de predatoren te verwijderen. In 1925 was de hertenpopulatie aangegroeid tot 100.000; alles binnen hun bereik (gras, jonge boompjes en heesters) werd opgegeten en het hele gebied gaf de aanblik van een sterk overbegraasd en platgetreden grasland.
In twee winters stierf 40% van de enorme hertenkudde en de neergang zette door tot ca. 10.000 dieren.
De streek is nog steeds uitgeput en schade aan de bomengroei zal nog lange tijd blijven voortbestaan.
Men schat dat het gebied in de oorspronkelijke staat niet meer dan 30.000 herten kon dragen

bron: (bewerkt naar 'Fundamentals of Ecology' van E.P. Odum en H.T. Odum, 1959).

Ecologie

2/5 Ecologie op het Kaibab Plateau.
Zie figuur B 5148 van de bijlage.

Welke van de volgende voedselketens laat de relaties van vóór 1907 op de juiste wijze zien?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

3/5 Ecologie op het Kaibab Plateau.

Welke van de volgende voedselketens laat de relaties van 1925 op de juiste wijze zien?

Ecologie

4/5 Ecologie op het Kaibab Plateau.

Wat is waarschijnlijk de hoofdoorzaak geweest van de schade aan de boomgroei?

Ecologie

4/4 Stabiliteit van een ecosysteem.

In het artikel wordt gesproken over een wiskundig model om de stabiliteit van ecosystemen te voorspellen. Er wordt gezegd dat 'de invloed van een prooi kan reiken tot wel enkele roofdieren omhoog de piramide in’.

Leg uit wat daarmee bedoeld wordt.

Ecologie

Flora en fauna van Curaçao.
Zie figuur B 5735 van de bijlage.

Een van de meest bijzondere vissoorten rond Curaçao is de barracuda.
Deze vis behoort tot de toppredatoren.

Wat houdt dat in?

afbeeldingafbeelding