Ecologie
2/5 Een voedselnet.
Zie figuur A 603 van de bijlage.
Door een ernstig ongeluk met pesticiden in een tarweveld, sterven alle veldmuizen.
Welke dier uit het net zal van deze sterfte het meeste profiteren? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
2/5 Een voedselnet.
Zie figuur A 603 van de bijlage.
Door een ernstig ongeluk met pesticiden in een tarweveld, sterven alle veldmuizen.
Welke dier uit het net zal van deze sterfte het meeste profiteren? Leg je antwoord uit.
afbeelding
3/5 Een voedselnet.
Zie figuur A 603 van de bijlage.
Welke dier uit het net zal van deze sterfte het meeste nadeel ondervinden? Leg je antwoord uit.
afbeelding
4/5 Een voedselnet.
Hoe noemen we de groep bestrijdingsmiddelen waarmee bijv. luizen, sprinkhanen enz., kunnen worden gedood?
5/5 Een voedselnet.
Zie figuur A 603 van de bijlage.
Als in dit voedselnet een reiger zou worden geplaatst, welke soort ...voor (= eter) zou het dan zijn? Leg je antwoord uit.
afbeelding
1/4 Runderdazen.
Zie figuur B 2880 van de bijlage.
Runderdazen (zie de afbeelding) behoren tot de grootste vliegen die in West-Europa voorkomen.
De vrouwtjesdazen zuigen bloed. Hun kaken zijn getande dolken waarmee ze aanzienlijke verwondingen bij runderen kunnen veroorzaken.
De larven van de runderdaas leven in de grond. Daar jagen ze op emelten, de larven van langpootmuggen. Emelten eten vooral van de wortels van gras. In een weiland kan zo de hoeveelheid gras voor de runderen aanzienlijk teruglopen.
Zowel de larven van de runderdaas als de emelten worden door kieviten gegeten.
Hoe heten de ademhalingsorganen van een daas? Deze heten [invulveld]
afbeelding
3/4 Runderdazen.
Welk voordeel heeft de daas van de verandering die het speeksel in het bloed veroorzaakt?
4/4 Runderdazen.
Zie figuur B 2880 van de bijlage.
Runderdazen (zie de afbeelding) behoren tot de grootste vliegen die in West-Europa voorkomen.
De vrouwtjesdazen zuigen bloed. Hun kaken zijn getande dolken waarmee ze aanzienlijke verwondingen bij runderen kunnen veroorzaken.
De larven van de runderdaas leven in de grond. Daar jagen ze op emelten, de larven van langpootmuggen. Emelten eten vooral van de wortels van gras. In een weiland kan zo de hoeveelheid gras voor de runderen aanzienlijk teruglopen.
Zowel de larven van de runderdaas als de emelten worden door kieviten gegeten.
Alle in de tekst genoemde organismen zijn samen een voedselweb.
Schrijf al de organismen uit de tekst op en geef met pijlen aan op welke manier het voedselweb in elkaar zit.
afbeelding
1/5 Weidevogels.
Zie de figuren B 3267 en 3268 van de bijlage.
Nederland is bekend om zijn weidevogels.
Zo broeden een groot deel van alle kieviten en grutto's uit Europa in ons land. Sommige soorten weidevogels zijn aangepast aan het leven in natte gebieden. Een voorbeeld hiervan is de grutto.
In de afbeelding zijn grutto's weergegeven.
Enkele delen van een grutto zijn: de ogen, de poten en de snavel.
Aan welke twee delen kun je zien dat de grutto is aangepast aan zijn leefomgeving?
afbeelding
afbeelding
2/5 Weidevogels.
Weidevogels, zoals de grutto, leven onder andere van wormen. Wormen zijn goed voor de grond. Wormen maken de grond luchtig en eten afgestorven planten, zoals gras.
Welke voedselketen is juist?
afbeelding
3/5 Weidevogels.
Zie figuur B 3269 van de bijlage.
Er is veel onderzoek gedaan naar de aantallen van bepaalde soorten weidevogels.
Een deel van de resultaten is weergegeven in de afbeelding.
Vergeleken met 1990 was van veel soorten weidevogels het aantal in 2002 lager.
Welke van de onderzochte soorten weidevogels kwam in 2002 juist meer voor?
afbeelding
4/5 Weidevogels.
Bij een ander onderzoek werd gekeken naar wat er gebeurde met de eieren in de nesten van weidevogels.
Een deel van de resultaten is in onderstaande tabel weergegeven.
afbeelding
Hoeveel procent van de eieren uit het onderzoek is uitgekomen?
5/5 Weidevogels.
Zie figuur B 3271 van de bijlage.
Verschillende mensen willen de weidevogels beschermen. Zo gebruiken sommige boeren nestbeschermers. Dit zijn ijzeren hekjes die om de nesten van weidevogels worden gezet. Daardoor weet de boer waar de nesten zijn, als hij het weiland gaat maaien.
Zie figuur B 3271 van de bijlage.
Bij een proef is gekeken naar het effect van het gebruik van nestbeschermers.
De resultaten zijn weergegeven in de afbeelding.
Wat blijkt uit deze proef?
afbeelding
1/4 Een grasland.
Zie figuur A 799 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van een grasland weergegeven. Enkele organismen die erin voorkomen zijn: een grasplant, een muis en een torenvalk.
We verdelen organismen in consumenten, producenten en reducenten.
Welk organisme uit de afbeelding is een producent?
afbeelding
2/4 Een grasland.
Zie figuur A 799 van de bijlage.
Welke voedselketen is juist?
afbeelding
3/4 Een grasland.
Zie de figuren B 3365 en A 799 van de bijlage.
In de afbeelding zijn enkele cellen weergegeven.
Zie figuur A 799 van de bijlage.
Van welk organisme uit de afbeelding A 799 zijn deze cellen afkomstig?
afbeelding
afbeelding
1/4 Een aardappelplant.
Zie figuur B 1396 van de bijlage.
De afbeelding geeft een aardappelplant weer.
Een aardappelplant kan niet goed groeien op een zeer voedselarme grond.
Heeft een aardappelplant op die grond vooral gebrek aan koolstofdioxide, aan water of aan bepaalde zouten?
Hij heeft vooral gebrek aan:
afbeelding
2/4 Een aardappelplant.
Aardappelmoeheid is een ziekte bij aardappelplanten die veroorzaakt wordt door nematoden. Nematoden zijn kleine wormpjes die gangen vreten in groeiende aardappelen.
Zijn deze aaltjes consumenten, producenten of reducenten?
3/4 Een aardappelplant.
In een veld met aardappelplanten komen bacteriën in de bodem voor.
Twee beweringen over de activiteiten van bacteriën in dat ecosysteem zijn:
1. bacteriën zetten stoffen waaruit aardappelplanten zijn opgebouwd, om in zouten die door de aardappelplanten opgenomen kunnen worden;
2. bacteriën zetten stoffen uit de lucht en de bodem om in stoffen die door aardappelplanten opgenomen kunnen worden.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
afbeelding