Oefentoets Biologie: Voortplanting | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 30

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

2/2 Vruchtwateronderzoek.

Een zwangere vrouw kan een vruchtwateronderzoek uit laten voeren als zij wil weten of bepaalde afwijkingen bij het embryo voorkomen. Met een injectienaald wordt dan wat vruchtwater opgezogen. In dit vruchtwater zweven cellen. Van deze cellen worden de chromosomen onderzocht.

Zijn de cellen die in het vruchtwater zweven afkomstig van het embryo?
Of zijn ze afkomstig van de moeder?

Voortplanting

1/2 Zwangerschap.
Zie figuur B 3679 van de bijlage.

In de afbeelding is een baarmoeder met een ongeboren kind schematisch getekend.

Met welk nummer zijn de vruchtvliezen aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Zwangerschap.
Zie figuur B 3679 van de bijlage.

Stroomt er bloed van het kind door deel P?
En stroomt er bloed van de moeder door deel P?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/3 Zwangerschap.
Zie figuur B 3676 van de bijlage.

In de afbeelding is een embryo met navelstreng en een deel van de placenta getekend.

Bevat deel Q alleen weefsels van het kind, alleen weefsels van de moeder of weefsels van beiden?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 Zwangerschap.
Zie figuur B 3679 van de bijlage.

Komt in bloedvat S bloed van het kind voor?
En bloed van de moeder?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

3/3 Zwangerschap.
Zie figuur B 3679 van de bijlage.

In bloedvat S stroomt het bloed naar het embryo toe.

Bevat het bloed in bloedvat R evenveel zuurstof als het bloed in bloedvat S?
Zo nee, waar bevat het bloed de meeste zuurstof?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 De menstruatiecyclus en zwangerschap.
Zie figuur B 1970 van de bijlage.

Vrouwen hebben een menstruatiecyclus. De eerste dag van de menstruatie noemen we het begin van de cyclus. De menstruatie duurt meestal 4 à 6 dagen.
Een bepaalde man en vrouw gebruiken geen voorbehoedmiddelen.
De afbeelding geeft de geslachtsorganen van de vrouw schematisch weer.
Deze man en vrouw hebben geslachtsgemeenschap.

In welk van de in de afbeelding aangegeven delen komen de zaadcellen het eerst terecht, nadat ze de penis hebben verlaten?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 De menstruatiecyclus en zwangerschap.

Deze vrouw heeft een regelmatige cyclus van 28 dagen.

In welke van de onderstaande perioden is de kans het grootst dat er na geslachtsgemeenschap zwangerschap optreedt?

Voortplanting

1/6 Voortplanting bij de mens.

Na het samensmelten van een eicel en een spermacel ontstaat een bevruchte eicel waaruit zich een mens kan ontwikkelen. De bevruchte eicel deelt zich in twee dochtercellen die zich daarna weer delen. Ongeveer zeven dagen na de bevruchting vindt de innesteling plaats.

In welk orgaan of in welke organen van de man ontstaan spermacellen?

Voortplanting

2/6 Voortplanting bij de mens.

Welke van de volgende uitspraken over de spermacellen van de man is juist?

Voortplanting

3/6 Voortplanting bij de mens.

In welk orgaan of in welke organen van de vrouw ontstaan eicellen?

Voortplanting

4/6 Voortplanting bij de mens.

In welk orgaan van de vrouw vindt de innesteling gewoonlijk plaats?

Voortplanting

5/6 Voortplanting bij de mens.

Vindt er twee weken na de innesteling gewoonlijk menstruatie plaats?
En ovulatie?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

6/6 Voortplanting bij de mens.

Na de innesteling worden de vruchtvliezen gevormd. Op een bepaalde plaats van deze vliezen ontwikkelt zich een orgaan (Q) met een groot aantal uitstulpingen in de baarmoederwand. In dit orgaan komen bloedvaten tot ontwikkeling.

Hoe heet orgaan Q?

Voortplanting

1/2 Zwangerschapswens.
Zie figuur B 3680 van de bijlage.

Met een ochtendtemperatuurcurve kan een vrouw het moment bepalen waarop ze de grootste kans heeft om zwanger te worden. Ze moet dan elke ochtend op hetzelfde tijdstip haar lichaamstemperatuur bepalen. In de afbeelding zijn enkele gegevens van een vrouw gedurende een menstruatiecyclus schematisch weergegeven: de datum, de dag van de cyclus, de ochtendtemperatuur en de dikte van het baarmoederslijmvlies.

Deze vrouw wil graag zwanger worden.

In welke periode in de maand juni heeft zij de grootste kans om zwanger te worden?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Zwangerschapswens.

Waarvoor dient de opbouw van het baarmoederslijmvlies?

Voortplanting

1/4 Zwangerschap.
Zie figuur B 3413 van de bijlage.

Tijdens een menstruatiecyclus wordt het baarmoederslijmvlies afgebroken en weer opgebouwd. De afbeelding geeft schematisch deze afbraak en opbouw weer gedurende een periode van enkele weken.

In welke periode vindt de menstruatie plaats?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/4 Zwangerschap.
Zie figuur B 3413 van de bijlage.

In welke periode van vier dagen vindt er een ovulatie plaats? Schrijf de eerste en de laatste dag van deze periode op.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

3/4 Zwangerschap.
Zie figuur B 3414 van de bijlage.

In een bepaalde periode tijdens de menstruatiecyclus wordt een eicel bevrucht.
De afbeelding geeft de geslachtsorganen van een vrouw schematisch weer.

In welk van de delen 1, 2, 3 of 4, vindt gewoonlijk de bevruchting van een eicel plaats?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

4/4 Zwangerschap.
Zie figuur B 3414 van de bijlage.

Van één van de delen uit de afbeelding spelen de spieren van de wand een belangrijke rol bij het naar buiten duwen (uitdrijven) van de baby tijdens de geboorte.

Welk deel is dat?

afbeeldingafbeelding