Plantenanatomie
Dwarsdoorsnede boomstam.
Zie figuur A 127 van de bijlage.
De foto geeft een dwarsdoorsnede van een boomstam weer. In deel P liggen vaten die stoffen vervoeren.
Hoe heten die vaten en welke stoffen worden er in vervoerd?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Dwarsdoorsnede boomstam.
Zie figuur A 127 van de bijlage.
De foto geeft een dwarsdoorsnede van een boomstam weer. In deel P liggen vaten die stoffen vervoeren.
Hoe heten die vaten en welke stoffen worden er in vervoerd?
afbeelding
Watertransport plant.
In een plant bevinden zich onder andere:
1. bastvaten,
2. bladcellen,
3. houtvaten,
4. huidmondjes,
5. wortelcellen.
Door welke delen gaat achtereenvolgens het water dat de plant uit de bodem opneemt en via de bladeren afgeeft?
Watertransport plant.
Krijgen bladeren van een boom vooral door houtvaten of vooral door bastvaten water aangevoerd?
En door welke vaten krijgen deze bladeren zouten aangevoerd?
afbeelding
Iepziekte.
Bij een iep met iepziekte worden de houtvaten verstopt door een schimmel die zich in deze boom ontwikkelt.
Welk verschijnsel zal als gevolg van deze iepziekte het eerst aan de boom waargenomen kunnen worden?
Een vaatbundel.
Zie figuur A 215 van de bijlage.
De afbeelding is een foto van een doorsnede van een vaatbundel.
Door welk vat of door welke vaten wordt vooral water met opgeloste zouten vervoerd?
afbeelding
Transport zaadplant.
In zaadplanten worden stoffen vervoerd. Hierover worden twee beweringen gedaan:
I. Door houtvaten vindt vooral transport plaats vanuit de bladeren naar de wortels.
II. In houtvaten treffen we vooral water met opgeloste zouten aan.
Een boomstam.
Zie figuur B 2162 van de bijlage.
De afbeelding stelt een stukje boomstam voor. Verschillende lagen zijn opengeklapt getekend.
Enkele lagen zijn met cijfers aangegeven. Laag 1 is de kurklaag, laag 2 is de bast en laag 3 is hout.
In welke laag of in welke lagen vindt vooral transport plaats van water en zouten?
afbeelding
Dwarsdoorsnede stengel.
Zie figuur B 996 van de bijlage.
In de figuur is de dwarsdoorsnede door een stengel van een plant getekend.
De verschillende weefsels zijn met I t/m IV genummerd.
Het water met de daarin opgeloste zouten wordt van de wortels naar de bladeren getransporteerd
afbeelding
Dwarsdoorsnede stengel.
Zie figuur B 690 van de bijlage.
De tekening stelt een doorsnede voor van een kruidachtige stengel.
In welke van de aangegeven delen komt transportweefsel voor?
afbeelding
Dwarsdoorsnede boomstam.
Zie figuur B 721 van de bijlage.
De tekening stelt een deel voor van een dwarsdoorsnede van een boomstam.
Welk weefsel is weergegeven?
afbeelding
Dwarsdoorsnede van stengel.
Zie figuur B 1021 van de bijlage.
Getekend is een dwarsdoorsnede van de stengel van een plant.
Met welk cijfer wordt het cambium aangegeven?
afbeelding
Vaatbundel.
Zie figuur B 1024 van de bijlage.
Getekend is een schematische dwarsdoorsnede van de stengel.
Welke van de volgende beweringen over de vaten gelegen in deel P van de vaatbundel is juist?
afbeelding
Doorsneden bast- en houtvat.
Zie figuur B 1063 van de bijlage.
Gegeven zijn schematische tekeningen van doorsneden van een houtvat en van een bastvat in de stam van een boom.
Welke figuur stelt een bastvat voor en welke stoffen worden hierdoor in de zomer vervoerd?
afbeelding
afbeelding
Bastvaten.
Waar komen in een zaadplant bastvaten voor?
Doorsneden van bast- en houtvat.
Zie figuur B 1063 van de bijlage.
In de figuur zijn schematische tekeningen van doorsneden van een houtvat en van een bastvat in de stam van een boom weergegeven.
Welke figuur stelt een houtvat voor en welke stoffen worden hierdoor in de zomer vervoerd?
afbeelding
afbeelding
Functie van bladnerven.
Waarvoor dienen de nerven in een blad van een plant?
Transport in boom.
Een blad aan een boom verdampt water.
Wordt water naar dit blad aangevoerd door houtvaten?
Liggen houtvaten in het blad aan de bovenkant of aan de onderkant van een nerf?
afbeelding
Transportweefsel plant.
Zie figuur B 689 van de bijlage.
De tekening stelt een lengtedoorsnede voor van een transportvat van een plant met enkele aangrenzende cellen.
Is dit transportvat een bastvat of een houtvat?
Welke stoffen vervoert het vooral?
afbeelding
Transportweefsel plant.
Zie figuur B 689 van de bijlage.
De tekening stelt een lengtedoorsnede voor van een transportvat van een plant met enkele aangrenzende cellen.
Is dit transportvat een bastvat of een houtvat?
Welke stoffen vervoert het vooral?
afbeelding
Vaatbundel.
In een vaatbundel komen verschillende typen vaten voor. In deze vaten kan wel of geen levend celplasma (= cytoplasma) voorkomen.
Ook kunnen er wel of geen dwarswanden aanwezig zijn.
Welke van deze eigenschappen gelden voor bastvaten?