Ordening
Ordening.
I. Sporenplanten zijn opgebouwd uit wortels, stengels en bladeren.
II. Zaadplanten zijn opgebouwd uit wortels, stengels en bladeren.
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2, VWO 3
NVON
cc-by-sa-40
Ordening.
I. Sporenplanten zijn opgebouwd uit wortels, stengels en bladeren.
II. Zaadplanten zijn opgebouwd uit wortels, stengels en bladeren.
Ordening.
Bij welke groep van planten vindt de voortplanting plaats door middel van zaden die groeien in een vrucht?
Ordening.
Bij welke groep van planten vindt de voortplanting plaats door zaden die ontstaan tussen de schubben van een kegel?
Ordening.
Een spore bestaat uit
Ordening.
Vier planten zijn:
- een haarmos,
- een mannetjesvaren,
- een paardenbloem,
- een spar.
Bij welke van deze planten vindt de voortplanting plaats door middel van sporen?
Ordening.
Bij welke groep van planten vindt de voortplanting onder andere plaats door sporen die ontstaan aan het uiteinde van een stengel?
Ordening.
Zie figuur B 1160 van de bijlage.
In de afbeelding is een plant afgebeeld.
Tot welke groep van planten behoort deze plant?
afbeelding
Ordening.
Welke dieren staan bij de juiste symmetrie?
afbeelding
Ordening.
In onderstaand schema staan onder andere drie organen die voor de ademhaling gebruikt worden.
In welke regel staan de juiste organismen onder de juiste organen genoemd?
afbeelding
Ordening.
I. Organismen behoren tot dezelfde soort als ze erg veel op elkaar lijken.
II. Een soort is een verzameling individuen die in staat zijn zich onderling voort te planten.
Ordening.
Bij het maken van een ordening van het dierenrijk kan men het beste letten op overeenkomsten in
Ordening.
I. Een celwand regelt alles wat er in de cel gebeurt.
II. Het hebben van een kernmembraan wordt gebruikt als kenmerk om organismen in rijken te verdelen.
Ordening.
Bij welke groep van de gewervelde dieren zijn de salamanders ingedeeld?
Ordening.
Bacteriën
Ordening.
Drie dieren zijn:
- een mossel,
- een rivierkreeft,
- een zeester.
Welk van deze dieren is veelzijdig symmetrisch?
Skelet.
Bij welke afdeling van het dierenrijk hebben de dieren een uitwendig skelet?
Bacteriën.
I. Bacteriën zijn nuttig als opruimers van dode resten van organismen in de natuur.
II. Bacteriën kunnen ontstekingen veroorzaken.
Bacteriën.
De bacteriën planten zich voort door middel van
Segmentatie.
Bij welke groep van de geleedpotigen bestaat het lichaam geheel uit segmenten?
Ordening.
Tot welke groep van de geleedpotigen behoort de krab?