Oefentoets Biologie: Kringlopen | HAVO 4/HAVO 5 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Kringlopen

Voedselkeuze.

Afhankelijk van de voedselkeuze kunnen bij dieren afvaleters, carnivoren, herbivoren, insectivoren en omnivoren worden onderscheiden.

Welke van deze groepen dieren behoren in de kringloop van stoffen tot de consumenten ?

Kringlopen

Voedselkeuze.

Welke organismen uit de kringloop van stoffen nemen organische stoffen als voedsel op uit het milieu ?

Kringlopen

Een kringloop.

Welke volgorde in de kringloop van organismen is juist ?

Kringlopen

Voedselopbouw en -afbraak.

Men kan levende organismen verdelen in:

1. producenten, consumenten en reducenten.
2. planteneters, vleeseters, insecteneters, alleseters en afvaleters.

Wat is uit de indeling hierboven gelijk aan elkaar ?

I. de producenten zijn hetzelfde als de planteneters.
II. alle consumenten zijn vleeseters, insecteneters, alleseters en afvaleters.

Kringlopen

De effecten van zure regen.

Door verbranding van aardolie en steenkool komen, behalve koolstofdioxide en water, ook grote hoeveelheden andere vervelende stoffen in de atmosfeer. Deze stoffen reageren met water en komen dan als zure regen naar beneden.
Door deze zure regen vermindert de functie van de wortels. Bovendien neemt de fotosynthese af. Vaak worden de wortels zodanig aangetast, dat schadelijke schimmels binnendringen in de planten. Deze gaan daardoor uiteindelijk dood.

Onttrekken de genoemde schimmels stoffen aan de planten ?
Zo ja, is dit dan alleen water of zijn dit ook voedingsstoffen ?

Kringlopen

Een kringloop.
Zie figuur B 1365 van de bijlage.

In de afbeelding zijn de relaties tussen producenten, consumenten en reducenten schematisch weergegeven.
Op een bepaald moment wordt het water van een sloot vervuild met meststoffen.

Zal daardoor als eerste een toename optreden van het aantal consumenten, van het aantal producenten of van het aantal reducenten ?

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

Voedselkeuze.

Afhankelijk van de voedselkeuze kunnen bij dieren afvaleters, vleeseters, planteneters, alleseters en insecteneters worden onderscheiden.

Welke van deze groepen dieren behoren in de kringloop van stoffen tot de consumenten ?

Kringlopen

Stikstofkringloop.
Zie figuur B 3055 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van de stikstofkringloop weergegeven. Enkele omzettingen zijn genummerd.

Welke van de genummerde omzettingen vindt of welke vinden zowel plaats in planten met bladgroen als in de mens?

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

1/2 Een kringloop.
Zie figuur B 2351 van de bijlage.

In het schema van de afbeelding is een deel van de stikstofkringloop weergegeven.
Met de cijfers 1, 2,3 en 4 worden processen voorgesteld.

Welk van de processen 2 en 3 kan of welke kunnen plaatsvinden in foto-autotrofe organismen ?

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

2/2 Een kringloop.

Bij welke van de processen 1, 2, 3 en 4 is er sprake van assimilatie ?

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

1/2 Stikstofkringloop.
Zie figuur B 1393 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch een gedeelte van de stikstofkringloop weergegeven.
De stikstof in nitraationen wordt door de producenten onder andere gebruikt voor de productie van stoffen die als voedingsstof van groot belang zijn voor consumenten.

Welke stoffen zijn dit ? [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

2/2 Stikstofkringloop.

In Nederland wordt de hoeveelheid van het element stikstof die zich in de stikstofkringloop bevindt, vergroot door gebruik van kunstmest (pijl 1) en door import van veevoeders (pijl 2). Een belangrijk deel van de extra toevoer van het element stikstof komt echter niet in voor mens en/of dier geschikte producten van land- en tuinbouw en van veeteelt terecht.
In het schema zijn met de pijlen 3 en 4 twee oorzaken van dit "verlies" van stikstof aangeduid.

Neem de volgende zin over op je antwoordblad en vul het ontbrekende in.

Pijl 3 geeft 'verlies' van stikstof aan door ...... en pijl 4 door ...... en .......

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

1/2 Stikstofkringloop.
Zie figuur B 1534 van de bijlage.

Het schema (zie de afbeelding) stelt de stikstofkringloop in een ecosysteem voor.
Verschillende roepen bacteriën die een rol spelen in deze kringloop zijn met de cijfers 1 t/m 4 aangegeven.
E‚n van de groepen bacteriën 1, 3 en 4 bestaat uit organismen die in staat zijn tot chemosynthese. De anorganische stof die bij chemosynthese door oxidatie uit andere anorganische stoffen ontstaat, wordt door planten opgenomen en gebruikt bij het opbouwen van stikstofverbindingen.

Van welke van de groepen 1, 3 en 4 zijn de bacteriën in staat tot chemosynthese?

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

2/2 Stikstofkringloop.

Welke organismen zijn in staat om de stikstof uit nitraat op te nemen in organische verbindingen?

Kringlopen

1/6 Stikstof in de Noordzee.

Tekst:
Een groot deel van het organische afval zinkt in de Noordzee naar de zeebodem. Die bodem speelt een belangrijke rol in de stikstofkringloop.
Organische stikstofverbindingen kunnen er worden omgezet in onder andere ammonium. Dit ammonium kan in het water terechtkomen. Een andere mogelijkheid is dat ammonium wordt omgezet in nitraat. Dit nitraat kan in het water terechtkomen, maar ook gebruikt worden door anaërobe bacteriën diep in de bodem.

bewerkt naar: Lutz Lohse, Toplaag van zeebodem is cruciaal voor stikstofhuishouding in Noordzee, bovenbouwteksten UvA 1999

Welk proces zorgt ervoor dat ammonium vanuit de zeebodem in het water terechtkomt?

Kringlopen

2/6 Stikstof in de Noordzee.

Leg uit dat diep in de bodem veelal anaërobe bacteriën leven.
- In welke stof zetten deze anaërobe bacteriën nitraat om?

Kringlopen

3/6 Stikstof in de Noordzee.

De kustzones van de Noordzee hebben te maken met een overmatige aanvoer van stikstofverbindingen uit de rivieren en uit de atmosfeer (zie de tabel hieronder).
afbeeldingafbeelding

Overmatige aanvoer van stikstofverbindingen leidt tot sterke algengroei. Door deze sterke algengroei ontstaat een zuurstoftekort in het water.

Leg uit hoe dit zuurstoftekort ontstaat.

Kringlopen

4/6 Stikstof in de Noordzee.

Door menselijke activiteiten komen allerlei stoffen in de atmosfeer terecht.
Die stoffen kunnen van verschillende groepen moleculen afkomstig zijn:

1. DNA;
2. eiwitten;
3. koolhydraten;
4. vetten.

In welke van de genoemde organische verbindingen komt het element stikstof altijd voor?

Kringlopen

5/6 Stikstof in de Noordzee.

De tabel hieronder toont dat de stikstofhoeveelheden in zowel de rivieren als de atmosfeer tussen 1950 en 1980 sterk veranderd zijn.
afbeeldingafbeelding

Waardoor is die verandering in de atmosfeer vooral veroorzaakt?

Kringlopen

6/6 Stikstof in de Noordzee.

De tabel hieronder toont dat de stikstofhoeveelheden in zowel de rivieren als de atmosfeer tussen 1950 en 1980 sterk veranderd zijn.

afbeeldingafbeelding

Waardoor is de verandering in de rivier vooral veroorzaakt?